Feed on
Posts
Comments

Een boek dat ik cadeau kreeg omdat ik het ‘moest’ lezen. Plichtsgetrouw als ik ben heb ik me dus door de eerste paar wat warrige pagina’s geworsteld. Maar langzamerhand begon het boek steeds meer onder mijn huid te komen, begon ik steeds meer meegesleept te worden in de mensen, de gebeurtenissen en vooral de onderlinge verhoudingen.

Milla is een blanke grondbezitster in Zuid-Afrika die in de laatste stadia van ALS verkeert (een progressieve verlammende spierziekte). Op het moment waarop het boek begint kan ze alleen haar ogen nog maar bewegen en is ze een paar dagen van haar dood af. Ze wordt verzorgd door de zwarte huishoudster, Agaat.

De verhouding tussen de twee vrouwen is intrigerend. Agaat is de enige de Milla nog kan begrijpen, die haar blikken en oogbewegingen kan interpreteren. Ze heeft de absolute macht, ze kan zelfs bepalen wat Milla ziet of niet ziet, en de huidige situatie is een mengeling van ruzietjes, straffen, helpen en verzorgen. Tegelijkertijd krijgen we flashbacks naar vroeger en leest Agaat ook regelmatig voor uit de dagboeken van Milla.

Langzamerhand krijg je een beter beeld van de ingewikkelde verhoudingen, niet alleen tussen de twee vrouwen maar ook tussen mannen en vrouwen in Zuid-Afrika, de boerengemeenschap daar en natuurlijk de verhouding tussen blanken en zwarten. Zonder het als één op één vertaling te zien is het ook interessant om je te realiseren dat de omslagmomenten bij Agaat en Milla (geboorte Agaat, ziekte Milla) samenhangen met de verschuivingen in machtsverhoudingen tussen de blanke en de zwarte gemeenschap.

Een erg goed boek dat ik iedereen van harte aan kan raden. Het is prachtig geschreven met heel schilderachtige beeldende beschrijvingen. Het ene moment leef je helemaal met Milla mee, het andere moment gaat je sympathie helemaal uit naar Agaat, omdat het geen kartonnen twee-dimensionale personages zijn maar echte mensen, gevangen in een keurslijf van rollenpatronen en verwachtingen, angsten en onzekerheden. Vrouwen die op dat beperkte stukje dat ze hebben proberen om hun eigen koers te bepalen, hun eigen stempel te drukken en hun eigen stukje macht te veroveren.

populariteit stinkt

Vandaag had ik een gesprek met mijn oudste zoon van 9. Hij vertelde dat hij vrijdag een afspraak had met vriendje R., een jongen waar hij vaak mee speelt en die net als hij tweetalig Engels/Nederlands is.

Hij kwam vanmiddag thuis met een losse tand, omdat hij vriendje R. had beschermd tegen klasgenoot T. die vervolgens mijn zoon had op de grond had gesmeten, dus ik dacht dat het daarmee te maken had. Maar in een plotselinge vlaag van vertrouwen vertelde hij me dat R. alleen op vrijdag af wilde spreken met hem zodat de rest van de klas het niet zou weten. Mijn zoon wordt namelijk gepest, vertelde hij me, omdat hij een nerd is.

Toen ik vroeg of hij dat erg vond, hoefde hij niet lang na te denken. “Nee hoor, dan denk ik gewoon populariteit stinkt“. Hij legde me uit dat hij liever een paar goede vrienden had dan dat hij populair was, want goede vrienden hield je tenminste. Als voorbeeld nam hij R. en T. Blijkbaar is T. populair en wil R. graag vriendjes met hem zijn zodat hij ook wat populairder wordt. Maar T. keert zich geregeld weer tegen R., dus wat had je dan aan zo’n vriend?

Zelf werd hij het meeste gepest door Ju. en soms nog een vriendje van Ju. Want, zo legde hij me uit, die wilden de onderdrukten neerslaan om populair te worden, net als vroeger in Rome al gebeurde, de onderdrukten nog verder naar beneden drukken om zelf beter te worden.

Of hij dan niet zelf populairder wilde worden, vroeg ik, lichtelijk verbijsterd omdat ik dacht dat hij het redelijk met iedereen kon vinden in zijn klas. Maar dat hoefde hij niet, want populariteit stinkt. Van onbetrouwbare vrienden hield hij niet, en als je populair werd had je ook veel mensen die alleen maar je vriend wilden zijn omdat ze hoopten dat dat ze zou helpen. Ook wilde hij geen onderdrukten neerslaan, want hij wist immers hoe dat voelde en dat wilde hij een ander niet aandoen.

Maar hij was niet zielig, want hij had immers Da. en J. en M., die echte goede vrienden waren. Vroeger speelde hij ook nog wel met D. maar die was ook niet meer geïnteresseerd omdat D. juist weer populair begon te worden. Pokemon en auto’s zijn namelijk erg cool op het moment en daar weet D. alles van.

Met sommige meisjes in zijn klas speelde hij wel, maar zou hij niet afspreken, dus dat waren ook meer maatjes dan echte vrienden. Vriend J. had wel een vriendin, meisje M., en mijn zoon dacht dat die wel bij elkaar zouden blijven nu. Ook al was hij vroeger verliefd op meisje M. en zij ook nog even op hem, toch vond hij het prima dat zij en vriend J. nu een paartje waren. Je vrienden gunde je toch immers dat ze gelukkig waren?

Gelukkig is mijn zoon tweetalig, want ik denk dat ik dit artikel maar voor hem ga uitprinten.

De kinderen waren naar bed en lagen (eindelijk) in diepe slaap. Echtgenoot en ik zaten nog even de Daily Show te kijken voor we naar ons nest aftaaiden. Plots verstoorde een hoog “piep piep piep” onze rust. het brandalarm ging af op zolder!

We holden naar boven. De kamer van de middelste stond vol rook. Tim joeg hem zijn bed uit, ik ging naar de kamer ernaast op oudste broer en jongste broer uit bed te halen (jongste sliep bij oudste vandaag, omdat het vakantie was). Jongste sliep door, dus de moest gedragen. De andere twee moest ik met wat verbaal geweld de trap afsturen (zoals ik al zei, ze waren diep in slaap).

Eerst de kinders in de huiskamer op de bank gelegd, toen weer naar boven om te kijken wat er aan de hand was. Tim had de oorzaak net gevonden: middelste zoon kan eindelijk ook goed lezen en had zijn bureaulamp mee naar bed genomen om op de bank onder zijn bed nog even te lezen. Lamp was omgevallen, gelukkig niet naar rechts waar het gordijn hing, maar naar links waar het kussen lag dat gevuld was met brandwerend materiaal. Lamp was zo heet dat het kussen toch in de hens gevlogen was, dus de kop van de bureaulamp was compleet gesmolten en het kussen rookte na een paar minuten onder de kraan gehouden te zijn nog flink na.

Oudste slaapt in zijn eigen kamer, middelste slaapt in de kamer van de jongste en de jongste slaapt op de bank in de huiskamer rustig door. We hebben geluk gehad. Geluk dat we nog goed wakker waren, maar vooral geluk dat we in alle kamers rookmelders hebben hangen. Als dat niet was gebeurd had dit heel slecht af kunnen lopen, want er lag wel een kussen te fikken recht onder het bed van de middelste zoon en vlak naast het gordijn voor zijn klerenkast.

Mag ik iedereen nogmaals heeeeeeel dringend adviseren om de rookmelders op te hangen en met enige regelmaat te controleren?

Te veel van het goede

Ik probeer de kinderen ertoe te brengen om niet steeds zo hard te schreeuwen - ook niet als ze mij nodig hebben. Een lange, lange campagne en het eind is nog lang niet in zicht.

Vanmorgen zat ik op onze eerste etage achter de computer, toen ik mijn mobiele telefoon in mijn handtas hoorde afgaan. Mijn dierbare echtgenoot die daar in de buurt was was net te laat om hem op te pakken, maar bracht hem even naar me toe. Op de ingesproken voicemail hoorde ik alleen geschreeuw, dus ik koos voor de optie om terug te bellen.

Toen kreeg ik mijn middelste zoon aan de telefoon, die op de kinderkamers één verdieping hoger aan het spelen was. Hij had willen klagen dat zijn oudere broer hem van het bed af aan het duwen was.

OK, hij schreeuwde niet naar me. Maar toch voelt het niet als vooruitgang…

Hoeveel procent moslim

Ben jij? *)

Tot mijn verbazing (ik ben seculier humanist als ik toch een richting moet kiezen) ben ik 67% compatibel ;).

*) Nee, ik neem de kwisjes niet serieus en ja ik kan hele waslijsten vullen met dingen die er niet op staan. Persoonlijk ben ik helemaal niet zo’n fan van georganiseerde religies, maar ieder het zijne of hare.

Rollercoaster

Oudste van 9 is op het moment helemaal verslaafd aan ‘rollercoaster tycoon’. Jongste van 5 huppelt met hem mee naar boven om te kijken wat hij gebouwd heeft. “Want ik hou erg van rollercoaster kijken. En als *ik* 9 ben en jij een groot mens bent ga ik zeker ook rollercoaster spelen!”.

Democomplicated

In aanvulling op het eerdere stukje over de voorverkiezingen in de USA; binnenkort heeft onder andere Pennsylvania de kans te stemmen voor één van de twee Democratische kandidaten. Omdat het een vrij grote staat is hoor je er wat meer over dan over de andere staten die nog mogen stemmen. De verwachting is dat Clinton deze staat wint, maar het vreemde is dat het haar hoogstwaarschijnlijk weinig meer kieskundigen zal opleveren.

Het systeem daar is namelijk dat 2/3 van de gedelegeerden verdeeld worden over de districten en dat 1/3 proportioneel verdeeld wordt. De districten hebben vergelijkbare aantallen inwoners, maar hebben veel variatie in toegewezen gedelegeerden: het ene district heeft er 3 en het andere heeft er 9. Die districts-kieskundigen komen gelijk bij de kandidaat die het district wint terecht en daarbovenop krijgen Clinton en Obama een percentage van de overgebleven (1/3) gedelegeerden dat afhangt van hoeveel procent van de stemmen ze in de wacht hebben gesleept.

Clinton kan dus met een groot verschil winnen en uiteindelijk maar een paar kieskundigen meer overhouden dan Obama als die het (zoals verwacht) beter doet in de districten met meer gedelegeerden.

Ik wist dat de USA geen ‘1 mens, 1 stem’ systeem hadden, maar ik had geen idee hoe gecompliceerd hun systemen eigenlijk zijn. Veel Amerikanen ook niet volgens mij… Daarom heb je ook al die discussies over wie er nu eigenlijk voor ligt (in wat? Gedelegeerden, staten, staten die belangrijk zijn voor de democraten bij de verkiezingen in november, aantal uitgebrachte stemmen, aantal stemmen als je optelt hoeveel mensen de gedelegeerden vertegenwoordigen?) en wat de consequenties daarvan zijn. Uiteindelijk zullen de ’superdelegates’ het moeten gaan bepalen, dus er is veel druk op ze.

Hoewel het voor Hillary nog niet zeker voorbij is, is dat kans dat ze de nominatie krijgt wel klein. Obama supporters zijn dan ook als de dood dat ze onverwachts meer superdelegates aan haar kant zal krijgen en zijn, als partij die het meeste te verliezen heeft door de inbreng van superdelegates, luidruchtig aan het vertellen waarom de ’supers’ niet voor Hillary mogen kiezen. Daarbij worden verschuivende maatstaven vrolijk over het hoofd gezien, zodat je één en dezelfde supporter vrolijk kunt horen vertellen dat het superdelegate-systeem ondemocratisch is maar dat Florida en Michigan gewoon geen kieskundigen mogen krijgen want zo zijn de partijregels nu eenmaal. Zo iemand kan ook vertellen hoe belangrijk de ‘endorsements’ (supportverklaringen) van belangrijke politici als Kennedy en Kerry zijn en vlak erna ageren dat de ’supers’ zich moeten houden aan waar de bevolking die ze vertegenwoordigen voor heeft gestemd (de staten van Kennedy en Kerry zijn naar Clinton gegaan, maar beiden hebben wel hun steun aan Obama uitgesproken).

Weer een spannende politiethriller over politiechef Jeffrey, zijn vrouw de kinderarts/lijkschouwer Sara en deputy Lena. Dit keer komen we meer te weten over het plattelandsgat waar Lena opgroeide en haar minder fraaie familiegeschiedenis.

Jeffrey wordt gebeld dat zijn deputy in het dorp van haar oom gearresteerd is in verband met een gruwelijke moord. Hij gaat erheen met Sara, die verwikkeld is in een rechtszaak en haar beroep toch even niet wil en kan uitvoeren. Daar komen ze steeds meer te weten over de corrupte vorige sheriff, over hoe drugs een dorp langzaam naar de afgrond kan helpen glijden en over de rol die racistische skinheads en de georganiseerde misdaad daarbij spelen. Met gevaar voor eigen lijf en leden wordt steeds meer ontdekt over de moord en het doel ervan, maar kunnen ze verdere misdaden ook voorkomen?

Liefhebbers van Karin Slaughter mogen het boek eigenlijk niet missen, maar het is geen geschikt boek om te kijken of je ze je als schrijfster wel of niet ligt. Er wordt vrij sterk teruggegrepen op eerdere boeken en op eerdere verwikkelingen, op de vorige ervaringen van de hoofdpersonen waardoor ze geworden zijn wie ze zijn. De schrijfster heeft toch al erg de neiging om diep op haar karakters in te gaan en hun grijze kantjes en persoonlijke ontwikkeling uitgebreid te belichten dus de boeken in de juiste volgorde lezen is best belangrijk.

Hoewel geen heel positief actieboek is het wel weer enorm spannend. Voor mijn gevoel was het iets trager en beschouwender dan haar andere boeken - en aan het eind komen we erachter waarom dat is. Essentieel boek voor wie Jeffrey, Sara en Lena wil blijven volgen.

Een absolute aanrader voor iedereen die meer wil weten over het Midden-Oosten en waarom wij daar een bepaald beeld van hebben.

Joris Luyendijk heeft voor zijn studie sociologie een jaar in Egypte gewoond en wordt vooral op grond daarvan uitgezonden naar het Midden-Oosten als correspondent voor de de krant en het nieuws. In dit boek beschrijft hij de 5 jaar dat hij daar werkt (tot na de inval in Iraq in 2003) en hoe hij langzaam is gaan realiseren dat je als nieuwslezer een heel apart plaatje voorgeschoteld krijgt - maar dat dat eigenlijk ook niet goed anders kan. Aan de hand van makkelijk leesbaare anecdotes en voorbeelden neemt hij je mee naar de diverse brandhaarden en laat hij je flitsjes zien van de andere kant van het plaatje, van de maakbaarheid van het nieuws en van het feit dat het uiteindelijk voor het overgrote deel gaat over hele gewone mensen maar dat je die zelden ziet.

Ik moest tijdens het lezen heel erg denken aan mijn eigen ervaring met een situatie die in het nieuws heel anders leek dan ik hem had ervaren. Bij de kroning van Beatrix, op koniginnedag 1980, was ik in het centrum van Amsterdam. Daar ging ik altijd naar toe om koninginnedag te vieren en die kroning interesseerde me minder, die zou ik ’s avonds wel op het nieuws zien. Ik wist dat er krakersprotesten waren, maar had daar in het centrum eigenlijk weinig van gemerkt. Één keer kwam ik in een straatje waar de ME en een aantal actievoerders de confrontatie aangingen, maar toen heb ik weer rechtsomkeerts gemaakt met mijn vriendin en ben gewoon gezellig verder gaan feestvieren. ’s Avonds kwam ik thuis en keek ik naar het nieuws - en wist niet wat ik zag. Amsterdam centrum, waar ik de hele dag vrolijk had rondgehopst, leek wel een oorlogsgebied in die reportage. Terwijl ik wist dat dat maar een heel klein deel van het centrum geweest kon zijn en dat het overgrote deel nergens iets van had gemerkt zag het er op het Journaal uit alsof ik blij mocht zijn dat ik er zonder verwondingen uit had kunnen komen.

Op school had ik een paar jaar terug een project over nieuwsgaring gehad, bij maatschappijleer. Daarvan wist ik nog dat al het geschreven nieuws eigenlijk maar via 6 persagentschappen verspreid werd en het televisienieuws maar via één agentschap. De kranten lazen allemaal dezelfde nieuwsberichten en maakten daar vervolgens hun eigen verhaal van. We moesten bijvoorbeeld van alle grote kranten artikeltjes naast elkaar leggen die over eenzelfde gebeurtenis gingen, om zo te zien dat ze op dezelfde basisfeitjes gebaseerd waren maar dat de teneur toch heel anders kon zijn door de nadruk die gelegd werd of door de specifieke woordkeuze.

In dit boek beschrijft Joris op makkelijk leesbare en onderhoudende wijze eigenlijk die twee fenomenen. Uiteindelijk weet hij je vooral te laten zien hoe *weinig* we eigenlijk weten, zelfs als we ons erin proberen te verdiepen. Tegelijkertijd weet hij ook goed over te brengen dat het nieuws uiteindelijk maar een klein deel uitlicht van een situatie of van een gebied - en dat we moeten beseffen dat er achter dat karikatuur ook vooral gewone mensen schuilgaan.

Donatie perikelen

We weten allemaal dat er een tekort aan donoren is in Nederland. Net als veel andere mensen heb ik altijd gedacht dat dat mede kwam doordat je in Nederlands als donor specifiek aan moet geven dat je je organen wilt weggeven na je dood. De landen waar ze dat andersom doen, waar je dus specifiek aan moet geven dat je dat NIET wilt, hebben immers een veel groter aantal potentiële donoren.

Daarom is dit stuk van Kieran Healy interessant. Hij laat eerst de verschillen zien in potentiele donoren tussen landen met de verschillende systemen en dan zie je dat dat inderdaad een groot verschil is:

donorenoptinvsoptout.jpg

Maar vervolgens heeft hij een statistiekje waarbij vergeleken wordt hoeveel organen daadwerkelijk gebruikt worden en dan blijkt dat verschil vele malen kleiner te zijn. Er zijn dus duidelijk andere factoren van invloed. Deels kan het toegeschreven worden aan de overlijdensoorzaken schat ik in (bij een hoge verkeersveiligheid zullen meer mensen overlijden aan ziektes die het misschien onmogelijk maken om hun organen te hergebruiken), maar ik heb de tijd niet om dat voor de desbetreffende landen op te zoeken. Deels echter kan het waarschijnlijk ook toegeschreven worden aan de procedures eromheen. Als dat een gebied is waar je grote vooruitgang mee zou kunnen boeken lijkt me dat toch wel een studie waard, gezien de tijden dat mensen op vaak levensreddende transplantaties moeten wachten.

presumed-informed1.png

Older Posts »